Een goedendag is een soort knots met
een geribbelde ijzeren kop. Hier konden zware slagen
mee worden uitgedeeld. Meer informatie over dit beruchte en typische Vlaamse wapen vind je
op:
Een morgenster is een knots met een
ronde ijzeren kop met punten, soms aan een ketting.
Het zwaard was een symbool van ridderschap
en werd ook in vredestijd in een schede bij de
hand gehouden. Het legendarische zwaard van koning Arthur heette Excalibur, en veel ridders
gaven hun zwaard ook een naam. Vanaf de 14de eeuw droegen ridders plaatharnassen.
Daarom moesten de zwaarden smaller en puntiger worden want ze moesten nu door spleten en
openingen in het harnas stoten.
Voetangels werden op de grond gegooid
zodat paarden of mannen erin trapten.
Het belangrijkste wapen van de ridder te paard is de lans.
Tijdens de late 13de eeuw werd de
aanval van ridderscharen uitgevoerd met de lans onder de arm, punt naar voren gericht. Deze
lans was tamelijk lang, drie meter tot vier meter, met een eerder kleine punt. De punt was zo
klein en spits omdat ze moest toelaten maliën en platenvesten te doorboren. De belangrijkste
functie van een lans is dus te steken, gezeten op een paard. De schacht was meestal gemaakt
van essenhout en had overal dezelfde dikte.
Met een krachtige kruisboog kon een
schicht, een korte pijl met een ijzeren punt, 200 meter
ver worden geschoten. de pees werd aangespannen met een speciaal mechanisme.