6.3 kleinere wapens
graphic

Een goedendag is een soort knots met een geribbelde ijzeren kop. Hier konden zware slagen mee worden uitgedeeld.  Meer informatie over dit beruchte en typische Vlaamse wapen vind je op:
graphic
Een morgenster is een knots met een ronde ijzeren kop met punten, soms aan een ketting.
Het zwaard was een symbool van ridderschap en werd ook in vredestijd in een schede bij de hand gehouden. Het legendarische zwaard van koning Arthur heette Excalibur, en veel ridders gaven hun zwaard ook een naam. Vanaf de 14de eeuw droegen ridders plaatharnassen. Daarom moesten de zwaarden smaller en puntiger worden want ze moesten nu door spleten en openingen in het harnas stoten.    
graphic

Voetangels werden op de grond gegooid zodat paarden of mannen erin trapten.
Het belangrijkste wapen van de ridder te paard is de lans. Tijdens de late 13de eeuw werd de aanval van ridderscharen uitgevoerd met de lans onder de arm, punt naar voren gericht. Deze lans was tamelijk lang, drie meter tot vier meter, met een eerder kleine punt. De punt was zo klein en spits omdat ze moest toelaten maliën en platenvesten te doorboren. De belangrijkste functie van een lans is dus te steken, gezeten op een paard. De schacht was meestal gemaakt van essenhout en had overal dezelfde dikte.
graphic
Met een krachtige kruisboog kon een schicht, een korte pijl met een ijzeren punt, 200 meter ver worden geschoten. de pees werd aangespannen met een speciaal mechanisme.
graphic