De
kinderen mochten vrij in het kasteel rondlopen en spelen. Ze liepen de stalknechten in
de weg of werden verjaagd uit de keuken als ze weer eens van het eten hadden zitten
snoepen. In de zomer konden ze lekker buiten spelen en in de winter zaten ze veel binnen
bij het vuur waar hun moeder borduurde en verhalen vertelde. Naast het spelen moesten de
kinderen ook wel mee helpen in het huishouden en kregen les.
De
meisjes leren goede manieren en het textielambacht, met name naaien en spinnen. De
jongens worden vanaf de leeftijd van 7 jaar naar andere adellijke families gestuurd, waar
hun opleiding tot ridder begint. In de periode dat ze page zijn, leren ze net als hun zussen,
de kunst van de hoffelijkheid.
Op veertienjarige
leeftijd werd men uitgehuwelijkt. Dit lijkt voor onze begrippen heel
jong, maar je moet bedenken dat de mensen van toen niet ouder werden dan veertig jaar