Wapenschilden waren erfelijk. Dit betekende dat als een ridder stierf, het wapenschild
overging
op zijn oudste in leven zijnde zoon. De zonen van een ridder droegen het wapenschild van hun
vader tijdens zijn leven als een teken van hun erfrechtpositie. Als de ridder stierf, mocht de
oudste zoon het teken weghalen en zijn vaders wapenschild overnemen.
Enkele voorbeelden van de tekens van de erfrechtpositie doe de zonen van ridders in
de
Middeleeuwen aan het wapenschild toevoegden.
De oudste zoon herkent men aan het tekens links van boven. Hij draagt dit zolang
zijn vader
nog leeft.
De tweede zoon herkent men aan de maansikkel.
De derde zoon herkent men aan de vijfpuntige ster.
Het mereltje hoort bij de vierde zoon.
enz.