1.1.1 de verschillende beroepen en gereedschappen
De heer is de opdrachtgever. Hij betaalt een loon aan alle werkkrachten.
De bouwmeester is de architect. Hij heeft een hoog sociaal aanzien.
De voorwerker staat de bouwmeester bij. Hij kan hem ook vervangen.
De bouwmeester en de voorwerker hebben de leiding over de werf.
Verder zijn er de gespecialiseerde ambachtslui zoals de steenhouwer, de timmerman, de metselaar en de smid.
De steenhouwer beitelt de blokstenen uit.
De timmerman trekt de muren op van het kasteel op de fundering en bindt de stenen met mortel.
De smid smelt het ijzer. Hij maakt de gereedschappen, de nagels, de kettingen en ander ijzeren beslag.
De arbeiders zijn losse werkmannen. Ze zijn laag geschoold en helpen de beroepslui.
De houthakker levert het hout aan de timmerlui.
De voerman vervoert de materialen op de werf.
De mortelmenger mengt zand en kalk in een bak.
De grondwerker maakt het terrein effen en graaft de greppels voor de funderingen.
De kalkbrander maakt de kalk klaar.
De dragers vervoeren het water, het hout, de stenen en de mortel (met kruiwagens of metselbakken).
De steenhouwer haalt steenblokken uit de steengroeve.

Kan je volgende beroepen bij de juiste personen plaatsen?
de smid, arbeiders, de steenhouwer, de timmerman

graphic
Herken je de afgebeelde gereedschappen?

graphic