De heer is de
opdrachtgever. Hij betaalt een loon aan alle werkkrachten.
De bouwmeester is de architect. Hij
heeft een hoog sociaal aanzien.
De voorwerker staat de bouwmeester
bij. Hij kan hem ook vervangen.
De bouwmeester en de voorwerker
hebben de leiding over de werf.
Verder zijn er de gespecialiseerde
ambachtslui zoals de steenhouwer, de timmerman, de
metselaar en de smid.
De steenhouwer beitelt de blokstenen
uit.
De timmerman trekt de muren op van
het kasteel op de fundering en bindt de stenen met
mortel.
De smid smelt het ijzer. Hij maakt
de gereedschappen, de nagels, de kettingen en ander
ijzeren beslag.
De arbeiders zijn losse werkmannen. Ze zijn laag geschoold en helpen de beroepslui.
De houthakker levert het hout aan
de timmerlui.
De voerman vervoert de materialen
op de werf.
De mortelmenger mengt zand en kalk
in een bak.
De grondwerker maakt het terrein effen
en graaft de greppels voor de funderingen.
De kalkbrander maakt de kalk klaar.
De dragers vervoeren het water, het
hout, de stenen en de mortel (met kruiwagens of
metselbakken).
De steenhouwer haalt steenblokken
uit de steengroeve.
Kan je volgende beroepen bij de juiste personen plaatsen?
de smid, arbeiders, de steenhouwer, de timmerman
Herken je de afgebeelde gereedschappen?