1.2 de plattegrond van een kasteel
We weten dat het kasteel versterkt moest zijn om zijn bewoners te beschermen in oorlogstijden.  Hiervoor konden verschillende systemen gekozen worden.
Het kasteel wordt bewoond door de kasteelheer, zijn gezin en bedienden en door een garnizoen soldaten.
Er zijn verschillende types te onderscheiden.
1. Dit kasteel ligt op een hoogte, met een binnenplaats omgeven door een hoge zware muur als middelpunt en daaromheen nog een muur, waarvan de voorburcht deel uitmaakte.
graphic
Enkele belangrijke zaken om te weten:
  • Tegen de binnenzijde van de hoge binnenmuur vinden we de woongebouwen en de opslagplaatsen.
  • De kapel, de schrijfkamers en de kerker waren bij de ridderzaal en in de torens gelegen.
  • De waterput ligt op een zo goed mogelijk beschermde plek op de binnenplaats.  Dit verkleinde het gevaar dat de vijand vanalles in de put zou slingeren en zo het water van het kasteel zou vergiftigen.
  • De buitenste weermuur is lager dan de binnenste weermuur.
  • In beide muren werden ronde torens gebouwd, een op elke hoek en bij lange muren nog een ertussenin.  Vanaf deze torens konden de wachters tot vlak voor de muren kijken en zo voorkomen dat en vijand er ongemerkt een stuk zou uitbreken.
  • De poort zelf werd versterkt met een zeer goed systeem van bruggen, deuren en valhekken. Het geheel noemt men het poortgebouw.
  • In de buitenste weermuur werd een kleine zijpoort gemaakt die in geval van nood zou kunnen gebruitk worden als vluchtpoort naar de rivier.
  • De vluchtweg naar de rivier zou steil tegen de heuvel oplopen en extra beschermd worden door een hoge muur aan beide kanten en nog twee poorten om een vijand de toegang tot het kasteel zo moeilijk mogelijk te maken.  Dit systeem noemde men een dwingel.

2. Een concentrisch kasteel met een slotgracht omheen
graphic