Kastelen werden vaak bezocht door rondreizende artiesten. Zij zorgden voor vermaak.
Je kan het boek 'Apekool en riddereer' van Rebecca Noldus misschien eens lezen.
Achter een groot woud, drie dagen te voet langs
een wilde rivier, door een dal met klaver en
vingerhoedskruid, ligt op een mooie, groene heuvel kasteel Zonderlink. Het is het woonhuis
van koningin Goudsbloem en koning Wezel.
Op het kasteel woont ook Pepina, de hofnarrin.
Ze kan koorddansen, op haar handen lopen,
vuur spuwen en goochelen.
Zo begint dit grappige verhaal, vol avonturen over Pepina de hofnarrin die iedereen
aan het
lachen krijgt, maar zelf verdrietig is.
Troubadours zijn dichters-muzikanten die meestal vergezeld worden door jongleurs en
dansers.
Deze artiesten verbazen het publiek met hun verteltalent. Hun verhalen over kruistochten,
ridderromans en verhalen van konin rthur en de ridders van de Ronde Tafel zijn in die tijd echt in
trek.